Waarom zou je een roman lezen? Het zadelt ons op met verhalen die helemaal niets over de werkelijkheid zeggen. Als je een jaar lang Harry Potters leest, de Millennium Trilogie, een aantal Britse detectives en een paar boeken van Nick Hornby dan blijf je achter met het idee dat elk probleem wordt opgelost, of in ieder geval wordt opgehelderd. Maar buiten het boek is natuurlijk niets zo inzichtelijk. Je wordt opzij gezet door je geliefde, je naasten overlijden of er breekt oorlog uit, vaak volledig los van de ijzeren wetten van een goed verhaal. Fictie zou ons iets meer moeten vertellen over de werkelijkheid, maar in plaats daarvan werpt het alleen maar een sluier op.
Bas Heijne heeft met Echt zien een boek geschreven over de positie van de roman, als onderdeel van een serie waarin meerdere schrijvers dat doen. Fictie wordt in de eerste hoofdstukken van het boek flink aangevallen. De roman stelt teleur. Je hoopt met een boek meer te weten te komen over de werkelijkheid, maar dat gebeurt steeds minder. De Amerikaan Eli Pariser schreef onlangs over de filter bubble en wat het internet van ons verbergt. Eigenlijk hoort bij Echt zien van Bas Heijne de ondertitel: wat de roman van ons verbergt.
Fred Teeven en Ivo Opstelten zijn een goed voorbeeld. De misdaadcijfers zijn flink gedaald de laatste jaren, maar de beveiligingsmaatregelen nemen alleen maar toe. Het gaat er immers niet om wat er echt gebeurt, maar hoe men het beleeft. En de wereld wordt als onveiliger beleeft. Bas Heijne beschrijft hoe de wereld steeds complexer is geworden, door de stormachtige opkomst van televisie, internet en populisme. Daarin wordt het steeds moeilijker om de werkelijkheid echt te zien. Het is allemaal beleving geworden. Het doet er niet toe hoe iets echt is, maar hoe het beleeft wordt. En dat heeft consequenties voor het verzonnen verhaal. We willen niet meer dat een roman iets probeert te zeggen over de werkelijkheid, maar dat deze juist aansluit bij onze beleving.
In het eerste hoofdstuk wordt citaat van Louis Couperus uit 1906 opgevoerd, waarin hij voorspelde dat roman over honderd jaar niet meer zouden bestaan. De enorme aantallen Herman Kochs en Heleen van Rooyens bewijzen het tegendeel. Boeken gaan nog steeds als zoete broodjes over de toonbank. Maar dat zijn doorgaans allemaal boeken die zich houden aan het traditionele verhaal. Ze bevestigen onze wereld, in plaats van die uit te dagen. Ze werpen een sluier op. Alsof het leven een klassiek verhaal is. De meeste romans vertellen ons niets meer dat ons meer laat begrijpen van de complexe werkelijkheid. Ze vertellen alleen maar afgesloten verhalen, die niets te maken hebben met de werkelijke wereld.
Er zijn steeds minder romans die de sluier juist een beetje oplichten, lijkt de pessimistische boodschap. Maar dat betekent niet dat de roman ten dode opgeschreven is. Sterker nog, een goed boek kan de filter bubbel juist doorbreken. Bas Heijne noemt Philip Roth, Joseph Conrad, Milan Kundera en vele andere schrijvers die er juist oog hebben voor ‘de mystiek der zichtbare dingen’. De roman kán die rol goed vervullen, maar dan moet de ambitie wel groter zijn dan alleen te vermaken.
Het deed me denken aan Where the wild things are, het prentenboek van Maurice Sendak, waarvan Dave Eggers vorig jaar een filmversie maakte. Een klein jongetje (Max) heeft in het dagelijks leven veel last van de scheiding van zijn ouders en wordt gepest. Daarom vlucht hij naar zijn fantasie, waar hij koning is van een land met allemaal monsters. Helaas komt Max in zijn fantasiewereld uiteindelijk voor precies dezelfde problemen te staan als in het dagelijks leven. Zijn fantasie stelt teleur en hij keert terug naar het dagelijks leven.
Max blijft zwelgt helemaal in zijn eigen beleving. Hij voelt zich alleen en daar helpt een klassiek verhaal met monsters en koninkrijken hem niets mee. Het bevestigt alleen maar zijn eigen belevingswereld. Dat is de filter bubbel van de roman. Daar kom je niet meer uit, als je niet op zoek gaat naar verhalen die je juist buiten je wereld treden. Max moet maar eens Couperus lezen, of Philip Roth. Misschien snapt hij dan meer van de onmacht van zijn moeder en het gepest van zijn leeftijdsgenoten.
De roman moet je beleving uitdagen, in plaats van bevestigen. Als je denkt dat het ware leven georganiseerd is als een gesloten verhaal dan kom je bedrogen uit, net als Max. In Echt zien pleit Bas Heijne ervoor dat we boeken lezen die ons juist niet bevestigen. Anders komen we terecht in de filter bubbel van Eli Pariser, waarin Fred Teeven en Ivo Opstelten alle ruimte krijgen. Bas Heijne verdedigde de roman en met zijn kritiek daagt hij jonge schrijvers uit. En tussendoor laat het daarmee zien waarom we kunst nodig hebben: om ons te helpen ontsnappen aan de bubbel van onze beleving.
Literaturfest was afgelopen woensdag te gast bij de presentatie van Echt zien. Op de blog van Ernst-Jan kunt u lezen hoe dat ging. Over spontane uitingen van bewondering en onze maagdelijke onbelezenheid.
Goed betoog. Toch ga ik er niet helemaal (of misschien zelfs helemaal niet) in mee. Ik heb problemen met je aanname (of eigenlijk die van Bas) dat je met een boek meer te weten hoopt te komen over de werkelijkheid. Dat geldt niet voor alle lezers. denk ik. Ik verdenk mijzelf er bijvoorbeeld wel eens van dat ik romans lees om de werkelijkheid juist te ontvluchten. Ik lees ze in ieder geval niet om de werkelijkheid beter te begrijpen. Hoe minder ik van de wereld begrijp, hoe beter ik haar kan accepteren.
Mja, ik vind dat een moeilijke kwestie. Ik ben ook zo’n lezer. Maar ik zoek niet alleen maar naar bevestiging. Het mooiste is als een boek je aan de werkelijkheid doet ontsnappen, een prachtig verhaal vertelt en je daardoor op een andere manier naar je eigen leven doet kijken. Ik had dat bijvoorbeeld met ‘How to be good’ van Nick Hornby. Ik kon zwelgen in de herkenbaarheid, de leuke grapjes en de muziek, maar het belachelijke verhaal over een man die ineens nog alleen maar ‘goed’ wil zijn daagde ook mijn eigen beleving uit. Maar ik zou je niet kunnen zeggen wat Bas Heijne daarvan vindt.
Inderdaad goed betoog maar niet helemaal bevredigend. In 1909 las men ook pulp-fiction. Ik durf te wedden dat de bestsellers waarschijnlijk allemaal geen Literatuur met een hoofdletter L waren…?
En hoeveel mensen waren rijk genoeg om maandelijks boeken te kopen? Hoeveel mensen konden überhaupt lezen en/of schrijven? Was literatuur (en in het verlengde, cultuur) niet een exclusieve iets voor de rijke elite?
In mijn vrienden en kennissenkring wordt heel veel gelezen. Veel crap (Wat is de wat, Dave Eggers) maar ook veel literatuur. Ik denk dat juist nu de massa veel meer toegang heeft tot en weet wat literatuur is en inhoudt. Wat in 1909 niet het geval was. Ook niet in de jaren 80 of 90. Toen moesten wij het hebben van de heren (het zijn meestal mannen) critici en literaire tijdschriften. En als die dan dikke maatjes waren met de uitgevers…
Ondanks de ‘information overload’ denk ik toch dat we niet zo somber hoeven te zijn. Ik denk dat de jongeren onder 25 in staat zijn het kaf van het koren te scheiden. Ik heb ergens gelezen dat jongeren feilloos aanvoelen wanneer een advertorial of sluikreclame op tv/internet voorbij komt, terwijl de oudere generatie daar veel meer moeite mee heeft.
Dat Heijne en Co. in de jaren 90, wat zeg ik, jaren 80 zijn blijven hangen en vinden dat de jeugd van tegenwoordig niet in staat is om een Roman met een grote R te lezen of te schrijven vind ik jammer. Getuigt van, naar mijn mening, kortzichtigheid. Kijk naar de geschiedenis. Waar waren we en hoever zijn we gekomen?
Ik geloof dat het digitale tijdperk uiteindelijk een positieve werking zal hebben op het uitgeven en hoe uitgevers werken. Juist vanwege de overdaad aan / tsunami van (tijdgeest taalgebruik) flut boeken zal er een natuurlijke selectie plaatsvinden. Zolang er mensen zijn die geraakt en ontroerd worden door verhalen, zal de roman / literatuur blijven bestaan. De hoogtijdagen van ‘carrière auteurschap’ komt denk ik ten einde tenzij je J.K. Rowling heet. Geen enorme voorschotten, book tours, gastcolleges, lezingen en het schrijven van columns als beroep. Maar Joseph Conrad was een zeeman. Wellicht zullen er weer romans met een grote R geschreven worden wanneer de auteurs daadwerkelijk een ‘echte baan’ hebben…?
(weet je hoeveel moeite het me gekost heeft om dit in het NLs te schrijven?)
E
Haha heel goed. Prima leesbaar Nederlands. ;)
Ik denk dat het argument een soort drietrapsraket is:
1. Onze relatie met de werkelijkheid is veranderd.
2. Literatuur speelt daardoor een andere rol.
3. Dat heeft bij Bas Heijne vermoeidheid veroorzaakt.
Volgens mij is zijn punt dus niet dat er geen goede boeken geschreven worden, maar dat de positie van de roman veranderd is. Bas Heijne neemt het zelfs op voor de roman en zegt dat we nog steeds veel aan kunnen hebben. Ik trek dat door en zeg dat het kan helpen tegen de filterbubbel. Het is dus deels een heel positief verhaal, met de waarschuwing dat de roman wel een probleem heeft als we alleen maar bevestigende literatuur gaan schrijven.
Ik weet het niet, als ik de recensie van zowel Vullings als Peeters (vooral Peeters met zijn onzinnig David/Goliath vergelijking) lees proef ik iets van frustratie want “vroeger wende men / de lezer zich tot de Roman om ‘Echt iets te zien’”.
En ik zeg dat dus niet klopt. En dat het nooit zo is geweest. Dat Literatuur nooit een andere rol heeft gespeeld.
Althans voor de lezers die volgens Heijene/Couperus/Roth/Kundera plat zijn geworden en alleen maar boeken lezen die direct appelleren aan hun meest nabije emoties. Zowel in tijden van Kundera/Roth, verder terug Conrad/Couperus als hier en nu.
Ik denk dat het juist andersom is. Dat de critici, essayisten, intellectuelen in Nederland geen boeken meer in schappen tegenkomen die direct appelleren aan HUN meest nabije emoties en wereldbeeld. Door het mediatijdperk staan aannames, ideeën, gedachten, aannames over hoe de wereld in elkaar zit, goed vs kwaad, wij vs hun totaal op hun omdat we (de gewone man) gelukkig toegang hebben tot informatie die niet door de behoeders van de democratie/cultuur aan ons worden voorgeschoteld.
Ik neem het ook op voor de Roman/Literatuur maar dan zet ik het niet op een voetstuk dat bijna religieuze vormen aanneemt. Dat het een bepaalde vorm van absolute waarheden bevat. Hoe je het went of keert schrijft een auteur een fictief verhaal dat een subjectief weergave is van de werkelijkheid. Een weergave van wat de auteur denkt dat de wereld eruit ziet of eruit had moeten zien. Literatuur heeft juist de werkelijkheid nodig en altijd nodig gehad als controlerende factor.
In een long forgotten Instapapered artikel van Sciolooge Zeynep Tufekci kom ik een stuk tegen wat beter uitlegt wat ik niet goed onder woorden kon brengen. Dit gaat meer over Twitter maar kan ook net zo goed over literatuur gaan. Vooral dat een na laatste zin is spot on. Mijn eerste geïrriteerde reactie was goed! Heijne lijdt gewoon aan een mid-life crisis. Doe ik er nog wel toe? Tel ik nog mee? Als hij zo doorgaat niet! :)
I think all the horror and outrage at txtspeak and other unconventional spelling is part of this story. I think this is mostly turf wars by the literate classes against the encroaching oral culture. English spelling is quirky, illogical and result of historical accidents. If the Great Vowel Shift had not happened when it did, we might have had a reasonable system worth defending. Yes, I, too, am a product of this system, and I, too, cringe at “c u l8r.” However, I suspect I just need to get over it just as any logical, reasonable learner of English has to get over her horror of the fact that “tough” “thought” “through”, and“thorough” are all spelled so similarly when they sound so different. A lof this angst is about conventions, and conventions evolve which always horrifies those who have acquired privilege and power by mastering certain conventions while dismissing others. Cultural capital, in other words.
Eerder zegt ze: And this is particularly difficult to deal with for intellectuals who rely on their competence with, and dominance of, the written form as hallmark of their place in society.
Het is een heel lange artikel maar echt de moeite waard om te lezen. http://aup.rs/r1DiNB