Weinig succesvol ben ik de laatste maanden een paar keer gaan kijken naar een nieuwe woning. Elke keer als je met een groep mensen komt kijken, maakt de makelaar bij de deur al een onderscheid om het zichzelf gemakkelijk te maken: nog voor de inkomenseisen worden de mensen geweigerd die geen gezinnetje vormen. ‘En met gezinnetje bedoel ik man en vrouw.’ Of alleen, dat mag ook, maar dan is het schier onmogelijk om aan de inkomenseisen te voldoen.

Ik zocht een huis afwisselend met mijn neef en een van mijn beste vrienden. Dat mocht dus niet. We overwogen nog om ons voor te doen als homoseksueel stel en ons bij de gemeente te registreren als partners, maar dat levert zo’n vreemde situatie op als je een keer wil gaan trouwen. Hoewel we allemaal nu in vaste dienst werken en er huizen beschikbaar zijn, wordt het ons lastig gemaakt om te verhuizen. Dat is slecht voor mijn huisgenoten (die willen doorverhuizen naar mijn kamer), nieuwe studenten (die een kamer zoeken), verhuurders en natuurlijk voor ons.

Daarop besloot ik Freek Ossel te mailen, de PvdA-wethouder wethouder Wonen en Wijken, Grote stedenbeleid, Armoedebeleid, Openbare Ruimte en Groen, Haven en Westpoort. Na een uur werd ik al teruggebeld door zijn politiek-assistent Laila Frank. Het probleem bleek meerdere malen besproken te zijn in de gemeenteraad. Daarop is de regel gemoderniseerd. De uitkomst:

Op 19 april 2011 is de definitie van een “huishouden” gewijzigd: Een huishouden bestaat uit een alleenstaande of twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren.

Een huishouden is nu niet meer, zoals de makelaars soms eisen, alleen maar een man en een vrouw die een relatie met elkaar hebben, eventueel met kinderen. Ook studenten die samen een woning zoeken mogen dat. Of neven. Of vrienden. Dat geldt in ieder geval voor huizen die je van de gemeente huurt (via een woningcorporatie). Particuliere verhuurders mogen natuurlijk wel extra eisen stellen.

Nu moet die regel even doordringen tot de verbijsterend conservatieve wereld der vastgoedmakelaars. Tot dat zover is neem ik gewoon elke keer deze uitvoeringsconstructie van de gemeente mee. En anders blijven we er over bloggen, twitteren en brieven sturen aan Freek Ossel.

Doe mee met de conversatie

4 reacties

  1. Ja, dat is precies wat de Amsterdamse woningmarkt wil. Zodra ik naar Berlijn vertrek schrijf ik nog een keer een essay over alles wat er mis is met de stedelijke ontwikkeling hier (veel, al gaat veel ook wél goed) en wat het zou moeten worden.

    In de tussentijd: aan die constructie heb je niet zoveel aangezien door de overvraag makelaars toch wel kunnen kiezen wie ze plaatsen. Wij (twee mannen) hebben het destijds geregeld door een handjevol meiers in een envelop te stoppen en in een schimmig café te overhandigen aan een regenjas.

    1. Ja, dat is waar, maar uiteindelijk is het ook een kwestie van doorzetten. Dus niet onmiddellijk het pand verlaten bij alle eisen die een makelaar oplegt. Doorzetten, laten zien dat je een nette huurder bent, goed voorbereid zijn en blijven proberen, vrees ik.

      Of gewoon een meisje versieren en daarmee samen gaan wonen. Het darwinisme van de woningmarkt.

      1. Ik weet niet of dat helpt. Makelaars denken aan weinig anders dan aan geld en risico (wat ook geld is).

        Mijn originele punt kun je nog harder formuleren: de Amsterdamse woningmarkt wil elk spoor van een lagere sociale klasse uitwissen tot er een homogeen mengsel van toeristen, ballen en expats in de binnenring woont.

  2. Tsja, ik voel me gewoon gedwongen om een huis te kopen. En daarvoor moet ik veel geld verdienen. En dus moet ik hard werken. En daardoor raak ik overspannen en aan de drank. En dan ga ik langzaam kapot en kom ik terecht bij het Leger des Heils. En voila, woonruimte!!!!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *