<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Tim de Gier</title>
	<atom:link href="http://timdegier.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://timdegier.nl</link>
	<description>Aantekeningen over journalistiek en cultuur</description>
	<lastBuildDate>Wed, 10 Apr 2013 15:10:38 +0000</lastBuildDate>
	<language>en-US</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.5.1</generator>
		<item>
		<title>De Instragramroman</title>
		<link>http://timdegier.nl/vrij-nederland/de-instragramroman/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/vrij-nederland/de-instragramroman/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 06 Apr 2013 15:05:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verschenen in Vrij Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[De Vlucht]]></category>
		<category><![CDATA[Jesus Carrasco]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1151</guid>
		<description><![CDATA[Een Spaanse debutant weet precies wat voor roman je nu moet schrijven. Lekker authentiek enzo.]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/Carrasco-de-vlucht-610-pixels.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1151];player=img;"><img class="alignright size-medium wp-image-1152" alt="Carrasco-de-vlucht-610-pixels" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/Carrasco-de-vlucht-610-pixels-193x300.jpg" width="193" height="300" /></a>Uit de krochten van de Spaanse blogs duikt ineens een succesvolle debutant op: Jesús Carrasco. De sensatie van De vlucht sloeg over naar de grote kranten en kon snel in de annalen worden bijgezet tussen Gabriel García Már­quez en Isabel Allende. En nu ook in Nederland gepresenteerd als ‘een grote Europese literaire ontdekking’. Tweehonderd bladzijden over een jongen, een herder, een boef en een ezel. En dat alles tussen de amandelbomen en onder een onbarmhartige zon. Veel klassieker wordt het niet.</p>
<p>Opvallend is de chagrijnige geit op het omslag en de kolossale snor op de auteursfoto. De eerste indruk is dat we hier van doen hebben met een hippe roman met zelfbewuste grapjes over uitgaan en een mislukt liefdesleven. Zo’n boek met geinige experimentjes met tekeningen en gedichtjes tussendoor. De snor past perfect bij die verwachting, net als de ironie van de geit. Maar de eerste twee zinnen zetten een geheel andere toon: ‘Vanuit zijn lemen schuilplaats hoorde hij de echo van de stemmen die hem riepen en als waren het krekels, probeerde hij iedere man afzonderlijk te plaatsen binnen de grenzen van de olijfboomgaard. Gebrul als verschroeide rotsrozen.’</p>
<p>De hoofdpersoon is een Spaanse jongen die vanaf de eerste bladzijde probeert te ontsnappen. Via olijfbomen, herbergen en broeierige hooibalen trekt hij door het Spaanse landschap van net na de Burgeroorlog. De reden van zijn vlucht en de identiteit van zijn achtervolgers blijven lange tijd onduidelijk, maar de spanning is er niet minder om. Hij moet zonder water en eten in de hitte en droogte zien te ontsnappen aan zijn belagers.</p>
<p><div id="attachment_1153" class="wp-caption alignleft" style="width: 253px"><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/2c793f19-5aa4-46c8-bdec-7244bbb64295_Jesus-Carrasco-ZW-AlejandroEspadero_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1151];player=img;"><img class="size-medium wp-image-1153" alt="Jésus Carrasco" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/2c793f19-5aa4-46c8-bdec-7244bbb64295_Jesus-Carrasco-ZW-AlejandroEspadero_preview-243x300.jpg" width="243" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Jésus Carrasco</p></div>Maar het is de schrijver om iets heel anders te doen dan die vlucht. Het grootste gedeelte van de tweehonderd bladzijden bestaat uit een dromerige, bloemrijke beschrijving van de omgeving: de lucht kleurt telkens bloedrood, mensen hebben een huid van perkament en iedereen ruikt naar kruidnagel of roest. De jongen loopt van boomgaard naar verlaten kastelen en over kleine bergweggetjes.</p>
<p>De plot leidt bijna af van deze droom van Car­ras­co, over hoe zijn Spanje en de omgeving van zijn stad Sevilla ooit geweest moeten zijn. Toen alles nog overzichtelijk was en traditioneel Spaans: een landschap met geiten, een dorp, een weg en een kasteel. Uitgebreid neemt Carrasco de tijd om dat Spanje te beschrijven, bijzonder poëtisch, zoals in de Spaanse klassiekers. De jongen loopt niet gewoon naar een uitzichtpunt om te kijken hoe hij verder moet, maar ‘als een indiaan die betoverd wordt door het klatergoud van de conquistador, liep hij in de richting van dat enige heldere punt in de wijde omtrek’.</p>
<p><strong>Alles is dramatisch</strong></p>
<p>Pas na de lange aanloop ontmoet de jongen een herder. Na nog eens dertig bladzijden verstoppen in amandelbomen en mismoedig staren naar donkerblauwe sterrenhemels komen ze in contact met elkaar. De herder blijkt het archetype wijze man, oud, met baard. De herder laat de jongen zorgen voor zijn geiten en brengt hem de kunst van het geitenmelken bij. Vragen worden niet gesteld. De vriendschap wordt sterker door alle gedeelde vijanden die ze hebben: de zon, de achtervolgers, het landschap. Het biedt de mogelijkheid om grote thema’s als schuld en vriendschap te bespreken, maar daar neemt Carrasco niet te veel tijd voor. In de verte staat namelijk een ezel met vliegjes in de ogen, die zwart contrasteert met de krijtwitte rotsen. Het droombeeld laat zich zelden onderbreken en zo zeurt Carrasco zich naar de ontknoping.</p>
<p>Dat betekent overigens niet dat het een zoete droom is; alles is dramatisch. Het lijden van de jongen en het geweld worden net zo sterk aangezet als de beschrijving van het landschap.</p>
<p>Dat brengt ons terug op de snor van de auteur. Zijn hippe uiterlijk verklaart namelijk de opzet van zijn debuutroman. Snorren zijn net zo hip als nostalgie. Alles moet weer authentiek zijn. Cafés worden woonkamercafés, je groenten teel je zelf, muziek luister je op de platenspeler. Dan is het geen grote stap naar de authentieke roman. En zie daar De vlucht: de roman door een Instagramfilter. Dit verhaal is vintage, met herbergen, schapenmelk en olijfbomen. Een zweterige droom over vervlogen tijden. De plot wordt er een beetje tussendoor gefrommeld, met een stuk minder zorg dan de beschrijving van die goeie ouwe tijd. Zelfs midden in een achtervolging is er tijd om weg te dromen. Want tjonge, wat ligt dat kerkhof er mooi bij.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/vrij-nederland/de-instragramroman/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tien jaar The Believer</title>
		<link>http://timdegier.nl/blog/tien-jaar-the-believer/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/blog/tien-jaar-the-believer/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 06 Apr 2013 15:02:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[Dave Eggers]]></category>
		<category><![CDATA[The Believer]]></category>
		<category><![CDATA[Vendela Vida]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1147</guid>
		<description><![CDATA[Tien jaar superhumor, illustraties en optimisme in het tijdschrift van Dave Eggers en Vendela Vida. Een mini-bespreking.]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/Believer.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1147];player=img;"><img class="alignright size-medium wp-image-1148" alt="Believer" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/Believer-252x300.jpg" width="252" height="300" /></a>Het optimistische Amerikaanse literaire tijdschrift <a href="http://www.believermag.com/">The Believer</a> bestaat deze maand tien jaar. Speciaal voor de gelegenheid is de cover een uitklapfoto van bejaarden met champagne. Typisch The Believer. De kliek rond Dave Eggers begon het tijdschrift tien jaar geleden uit ongebreideld enthousiasme. Ze bespreken alleen maar boeken en muziek die ze leuk vinden, publiceren interviews van tien pagina&#8217;s en reiken prijzen uit. Alles staat in het teken van zelfspot en vrolijkheid. Beroemd zijn de covers van Charles Burns, Nick Hornby&#8217;s boekenrubriek en Greil Marcus&#8217; column. Als je The Believer naast Das Magazin of De Correspondent legt, zie je hoe groot de invloed van The Believer is, alleen al in vormgeving. Eggers bemoeit zich er zelden meer mee, maar redacteuren als Sheila Heti en Eggers&#8217; ega Vendela Vida leveren net zoveel kwaliteit. Die houden het nog wel tien jaar vol.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/blog/tien-jaar-the-believer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mijn vader de android</title>
		<link>http://timdegier.nl/vrij-nederland/mijn-vader-de-android/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/vrij-nederland/mijn-vader-de-android/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 30 Mar 2013 14:59:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verschenen in Vrij Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Love A Working Theory]]></category>
		<category><![CDATA[Scott Hutchins]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1141</guid>
		<description><![CDATA[Scott Hutchins schrijft in koffietentjes in San Francisco. Hij schreef een boek over liefdesadvies van zijn vader, de robot.]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/een-werkhypothese-van-de-liefde-scott-hutchins-9789023478546-voorkant.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1141];player=img;"><img class="alignright size-medium wp-image-1142" alt="een-werkhypothese-van-de-liefde-scott-hutchins-9789023478546-voorkant" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/een-werkhypothese-van-de-liefde-scott-hutchins-9789023478546-voorkant-189x300.jpg" width="189" height="300" /></a>Hij vindt zichzelf een vreselijk cliché. Scott Hutchins woont in San Francisco en doet als iedere schrijver daar: werken in koffietentjes, diploma creatief schrijven, beetje bloggen en beginnen met korte verhalen. Toch heeft hij iets goed gedaan, want hij geeft les aan het beroemde schrijversinstituut van Stanford. Zijn kamer ligt op een steenworp van die van Tobias Wolff. En zijn debuut mag er zijn: Een werkhypothese van de liefde gaat over een man die het dagboek van zijn vader in een computer stopt en hem zo weer tot leven wekt. Dat leidt tot dilemma&#8217;s: wat is bewustzijn? Wat maakt ons mens? Wat valt er te zeggen over Alan Turing? Maar daar doet Hutchins niet te moeilijk over. Het echte dilemma is natuurlijk: waar vindt een vrijgezelle man in San Francisco tegenwoordig nog een vrouw?</p>
<p><em>Scott Hutchins, &#8216;Een werkhypothese van de liefde&#8217;, vertaling Paul van der Lecq, De Bezige Bij, 368 p., € 22,90</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/vrij-nederland/mijn-vader-de-android/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Saloon en de schrijftafel</title>
		<link>http://timdegier.nl/vrij-nederland/de-saloon-en-de-schrijftafel/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/vrij-nederland/de-saloon-en-de-schrijftafel/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 23 Mar 2013 14:53:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verschenen in Vrij Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[Battleborn]]></category>
		<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Claire Vaye Watkins]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1138</guid>
		<description><![CDATA[Cowboy verhalen van de dochter van Charles Manson. Over Charles Manson. En Nevada.]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/Battleborn.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1138];player=img;"><img class="alignright size-medium wp-image-1139" alt="Battleborn" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/Battleborn-188x300.jpg" width="188" height="300" /></a>Claire Vaye Watkins mag in elk interview uitleggen dat ze de dochter is van Paul Watkins, een van de leden van de beruchte bende van seriemoordenaar Charles Manson. Ze is nu 28 jaar en debuteert met de verhalenbundel <a href="http://www.bol.com/nl/p/battleborn/9200000005554498/">Battleborn</a>. Nevadaverhalen. In het eerste verhaal duiken Manson en haar vader direct op, in een prachtige minigeschiedenis van de staat Nevada, de Battleborn-state waar het boek naar genoemd is. Moeiteloos wandelt ze van persoonlijke verhalen naar anekdoten over Nevada, allemaal rauw en broeierig. Ze lijken eerder afkomstig uit een saloon vol bebaarde goudzoekers dan uit de verhalenbundel van een pas afgestudeerde studente Engels. Maar het eerste verhaal is ook meteen het beste. Na het verschijnen van &#8216;Ghosts, Cowboys&#8217; publiceerde Watkins haar verhalen in The Paris Review en werden ze opgedirkt met iets gangbaardere literaire trucjes. De saloon werd ingewisseld voor de schrijftafel. Watkins experimenteert veel met compositie en stijl, niet altijd met goed resultaat, maar de verhalen blijven indrukwekkend. De klakkeloze manier van ellende opdienen houdt ze in stand, net als de humor en de meanderende beschrijvingen van Nevada. Ook zonder haar familiegeschiedenis een interessant boek.</p>
<p><em>Claire Vaye Watkins, &#8216;Battleborn. Nevadaverhalen&#8217;, De Arbeiderspers, vertaling Auke Leistra, 272 p., € 21,95</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/vrij-nederland/de-saloon-en-de-schrijftafel/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fuck de lezer!</title>
		<link>http://timdegier.nl/vrij-nederland/fuck-de-lezer/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/vrij-nederland/fuck-de-lezer/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 16 Mar 2013 14:49:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verschenen in Vrij Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[Alicja Geschinska]]></category>
		<category><![CDATA[Arjen van Veelen]]></category>
		<category><![CDATA[Jonge Intellectuelen]]></category>
		<category><![CDATA[Occupy]]></category>
		<category><![CDATA[Rutger Bregman]]></category>
		<category><![CDATA[Sander Donkers]]></category>
		<category><![CDATA[Simone van Saarloos]]></category>
		<category><![CDATA[Thijs Kleinpaste]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1130</guid>
		<description><![CDATA[Voor de boekenweekspecial nodigden Sander Donkers en ik vijf bronstige intellectuelen uit voor een gesprek over schrijven, Occupy, woonkamercafe's en George Orwell.]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><em>Door Sander Donkers en Tim de Gier</em></p>
<p>Toen hij een tijdje geleden in India was, vertelt Arjen van Veelen, had hij ‘de klassieke ervaring’: het gevoel eeuwen teruggeworpen te zijn in de tijd. En ja, wat doe je dan? <span id="more-1130"></span>‘Dan zie je een oud vrouwtje door de troep scharrelen en daar maak je met je Hipstamatic een foto van. Die zet je op Facebook om te laten zien hoe betrokken je bent. En dan zeg je erbij: nou, dit relativeert al mijn luxeproblemen! Maar eenmaal terug in Nederland zijn die problemen er binnen de kortste keren weer. En als je erover nadenkt, zijn het geen echte luxe­problemen. Wij zijn de mensen die moeten proberen om gelukkig te zijn. We hebben alle voorwaarden gekregen: veiligheid, geld, gezondheid, opleiding. En toch zitten we vaak in onze hipstercafeetjes te kniezen.’</p>
<div id="attachment_1131" class="wp-caption alignright" style="width: 242px"><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/JI2.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1130];player=img;"><img class="size-medium wp-image-1131" alt="vlnr: Thijs Kleinpaste, Rutger Bregman, Simone van Saarloos, Arjen van Veelen en Alicja Geschinska" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/JI2-232x300.jpg" width="232" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">vlnr: Thijs Kleinpaste, Rutger Bregman, Simone van Saarloos, Arjen van Veelen en Alicja Geschinska</p></div>
<p>De tafel in het Amsterdamse restaurant Trouw staat vol dure, biologisch verantwoorde spijzen. De toiletten zijn opgeleukt met naar de ­seventies knipogende designplanten. Aan­ge­scho­ven zijn vijf jonge academici die de afgelopen jaren allemaal hun plaats in het publieke debat hebben opgeëist: de historici Rutger Breg­man en Thijs Kleinpaste, de filosofen Alicja Gescins­ka en Simone van Saarloos en classicus Arjen van Veelen. Niet lang geleden vergaarden ze hun kennis in de veilige omgeving van de universiteit, nu hebben ze columns, geven ze lezingen en publiceren ze essays en boeken.</p>
<p>Eigenlijk wilden we met hen praten over het thema van de Boekenweek: ‘Gouden tijden, zwarte bladzijden’. Ofwel: welke lessen kun je leren van de geschiedenis? Maar nog voor de soep is opgediend, zijn we al in het heden aanbeland: in de moderne wereld die nadrukkelijker dan ooit meekijkt over hun schouders, waarin iedereen zijn virtuele oordeel klaar heeft en ‘de grote versimpelmachine’ altijd op de loer ligt. En ja, dat levert soms spanningen op. Maar een academicus, zo vinden ze bijna allemaal, moet nou eenmaal naar buiten treden. Want, zoals Rutger Bregman zegt: ‘De moderne wetenschap is enorm in zichzelf gekeerd geraakt.’</p>
<p><strong>Het zapmoment</strong></p>
<p>Zelf begon Rutger Bregman te schrijven uit frustratie over zijn eigen vakgebied. Wat heet: ‘Na mijn studie heb ik het één keer uitgepoept. Ik zag allerlei mogelijke koppelingen met de actualiteit. Van Europa tot het populisme tot de Arabische Lente: het schreeuwt om geschiedkundige analyse. Maar historici vormen van nature een terughoudende, nuancerende beroepsgroep die er niet echt van houdt om zich in het publieke debat te begeven. En het idee dat je van de geschiedenis iets kunt leren, is eigenlijk not done. Dus gaan allerlei hobbyisten en schoonschrijvers ermee aan de haal.’</p>
<p>Thijs Kleinpaste: ‘Mij ging het meer om wat er gebeurde in de echte wereld. Ik ben een kind van Pim Fortuyn. Zoals wij allemaal, omdat we politiek bewust werden in de tijd van zijn opkomst. Ik zat tussen twee vuren: mijn ouders waren dé belichaming van Paars. Er kwam een totale aanval op hun wereldbeeld, en ik vond hun antwoorden niet altijd bevredigend. Ik zocht een tussenweg: welke kritiek kun je nou overnemen zonder door te slaan naar het rechtse zelfmedelijden dat je nu overal ziet.’</p>
<p>Arjen van Veelen: ‘Ik vond dat essayisten hun werk niet goed deden; dat was mijn frustratie.’</p>
<p>Alicja Gescinska: ‘Ha, nog een frustratie!’</p>
<p>Van Veelen: ‘Er wordt veel stoffige essayistiek bedreven, het gaat vaak over literatuur en niet over de werkelijkheid. Dat wil ik veranderen. Ik probeer mijn stukken iets van de tijd mee te geven, iets concreets, en daarmee hoop ik dat het genre weer wat spannender wordt.’ Over zijn vakgebied schrijft hij niet in zijn columns. Sterker: hij doet er niets meer mee. ‘Ik vind dat je óf een academicus óf een popularisator bent. Het kan volgens mij niet. Ik zie mijn studie als een goede training in lezen en schrijven.’</p>
<p>Voor Gescinska was de motivatie veel persoonlijker. Vlak voor de val van de Muur vluchtte ze met haar familie van Polen naar België. Wellicht niet heel erg verwonderlijk dat ze zich als filosofe vastbeet in het thema vrijheid. ‘Ik vind dat je als academicus in de publieke ruimte moet treden om je kennis en inzichten te delen. Als je dat kunt, moet je het doen. Het is bijna een morele plicht.’</p>
<p>En Simone van Saarloos kon simpelweg niet wáchten. ‘Het klinkt wat larmoyant, maar toen ik filosofie ging studeren, was dat voor mij een soort thuiskomen in de wereld. En dat wilde ik met zo veel mogelijk mensen delen.’ Ze lacht: ‘Maar ja, zodra je dat doet, begint het gedonder. Dan krijg je te maken met het maximale woordental, het zapmoment. En dan is de vraag: hou je vast aan je academische waarden? Of pas je je aan?’</p>
<p><strong>Neuken</strong></p>
<p>Aan tafel wordt instemmend geknikt. Dat probleem kennen ze allemaal. ‘Die spanning komt steeds terug,’ zegt Bregman. ‘Ik weet gewoon: de column die het beste gelezen wordt, is die waarin ik tekeerga tegen Henk Krol. Of nog beter: tegen Rutger Castricum, met het woord neuken in de kop. Die staat meteen onder “meest gelezen”. Terwijl dat essay waar je dagen aan werkt maar een paar reacties oplevert.’</p>
<div id="attachment_1132" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/JI.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1130];player=img;"><img class="size-medium wp-image-1132" alt="vlnr: Rutger Bregman, Alicja Geschinska, Thijs Kleinpaste, Arjen van Veelen en Simone van Saarloos" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/04/JI-300x201.jpg" width="300" height="201" /></a><p class="wp-caption-text">vlnr: Rutger Bregman, Alicja Geschinska, Thijs Kleinpaste, Arjen van Veelen en Simone van Saarloos</p></div>
<p>Kleinpaste, ontzet: ‘Dan voel je je toch vies? Ik heb wel eens op de automatische piloot een stukje geschreven waarvan ik wist: dit gaat morgenochtend als een tierelier op Twitter, in die maalstroom. Daar kun je je even heel erg lekker bij voelen, maar voor mij was het een bron van zelfhaat. Het voelde zó onoprecht.’</p>
<p>Van Veelen: ‘Nee hoor, ik herken dat heel goed. Er is iets fundamenteel veranderd voor de geschreven journalistiek. Kijkcijfers speelden daar nooit een rol, want je wist niet hoe vaak iets gelezen werd. Door Facebook en Twitter zitten er nu tellertjes onder je artikel, kun je je kijkcijfers zien. En als een lollig stukje duizend likes krijgt, ga je mij niet vertellen dat dat geen effect heeft.’</p>
<p>Gescinska: ‘Sommigen schrijven om gelezen te worden, anderen omdat ze over een bepaald onderwerp écht iets willen zeggen. Bij mij is het begonnen uit liefde en passie voor het onderwerp. Ik ben doordrongen van bepaalde vragen, het is een persoonlijke strijd en zoektocht. Ik zet dat op papier, deel dat mee. Wordt het populair en ik kan ervan leven: leuk. Wordt het dat niet: pech.’</p>
<p>Van Veelen: ‘Maar hoe vind je de rust om echt te schrijven wat je zelf wilt? Ik vind het ontzettend moeilijk om onder de invloed van die likejes uit te komen. Als ik een slecht stukje heb geschreven, maar wel een vloedgolf aan likes krijg, vind ik het opeens zelf ook goed. Als ik wél tevreden ben en het blijft stil, dan denk ik: shit, er was iets mis mee.’</p>
<p>Gescinska: ‘Echt? Ik heb het omgekeerde. Pas als ik tegengas krijg, denk ik: ja, ik zit op het goede spoor. Je vindt toch dat er een intrinsieke waarde zit in de tekst die je de wereld in stuurt? En die likes zeggen me niet zoveel. Er zijn heel veel mensen die Lady Gaga liken en Beethoven niks vinden. Wat zegt dat over de waarde van Beethoven?’</p>
<p>Van Veelen: ‘Je hebt helemaal gelijk. Het is ook waardeloos. Maar Twitter heeft een buitengewoon disproportionele invloed op mijn humeur. Dat ik zo vaak kijk of er reacties zijn, is een ziekelijke neiging die ik betreur. Ik vind het heel erg dat die kijkcijfercultuur ook tot kranten is doorgedrongen. Wie daaraan wil ontsnappen, moet naar het spreekwoordelijke hutje op de hei, en zijn telefoon in de gracht gooien.’</p>
<p>Bregman veert op. ‘Maar dat wíl je toch niet? Je schrijft toch voor een publiek? Dan wil je toch weten wat dat publiek vindt? Er is één ding erger dan honderd doodsbedreigingen, en dat is dat je niets hoort. Dat niet eens je moeder belt.’</p>
<p>Van Saarloos: ‘In mijn columns prikkel en chargeer ik, maar ik vind dat niet per se effectbejag. Ik ben te jong om ooit iets geschreven te hebben waar niet direct, via internet, op gereageerd kon worden. Dan kan je wel zeggen: ik schrijf uit puur idealisme, maar dat is bullshit: je zit niet in een ivoren toren. Uiteindelijk ben ik gewend dat mijn stukken reacties opleveren en daar ga je naar schrijven, of je nu wilt of niet.’</p>
<p>Gezwicht voor Omroep MAX</p>
<p>Maar hoever ga je om aandacht te krijgen? Bregman vertelt over een bezoekje van de tv-ploeg van De Jakhalzen: ‘Die beginnen meteen met een enorme geilheid te zoeken naar De Quote, waarin je iets grofs of ranzigs zegt. Je voelde het aan alle vragen. Ik gaf het ze niet en was uiteindelijk vijf seconden in beeld.’</p>
<p>Gescinska: ‘Ik ben ook wel eens uitgenodigd om op tv te verschijnen, met de vraag: wil je vanavond dit en dat zeggen. Nee, dat wil ik niet. Ik wil dít zeggen. Dus dan maar niet.’</p>
<blockquote><p>‘Je schrijft toch voor een publiek? Dan wil je toch weten wat dat publiek vindt?’</p></blockquote>
<p>Van Veelen: ‘Applaus! Mijn trauma-ervaring is dat ik een keer gezwicht ben voor Omroep MAX. Ik had een stukje geschreven over de zwevende kiezer en was heel vereerd toen ze belden met de vraag of ik wilde herhalen wat ik geschreven had, maar dan korter. En ze hadden een toneelstukje bedacht: aan de hand van foto’s van boodschappenmandjes moest ik vertellen wat mensen gingen stemmen. Het ergste was dat ik de antwoorden van tevoren al had gekregen. Ik zei dat ik daar niet aan wilde meedoen, en dat vonden ze oké. Maar toen ik daar eenmaal live zat, deden ze het alsnog! Het was een drama.’</p>
<p>Bregman: ‘Dit is wel er-rug, hoor!’</p>
<p>Van Veelen: ‘Ik voelde me ontzettend vies. Dat je je leent voor de grote versimpelmachine, en een doorwrocht stuk moet verneuken in een item dat niet eens recht doet aan de samenvatting. Dat ga ik écht nooit meer doen.’</p>
<p>Van Saarloos: ‘Het is zo lastig. Je wilt graag je liefde delen voor iets dat jou heeft geraakt, en zodra je dat doet, komt er ineens een soort smurrie overheen, een saus die jou aan de kant duwt en concurreert met je verhaal.’</p>
<p>Gescinska: ‘We leven in een tijd waarin iets goed is als het winst maakt. Een krant die verkoopt, is een goede krant. Dat vind ik een bijna pervers gedachtengoed. En ik ga het nu bombastisch zeggen: daar zouden intellectuelen ­eigenlijk niet aan moeten meewerken. Want je wordt medeplichtig. Dat zijn wij allemaal een beetje.’</p>
<p>Was niet ooit het credo: ‘Fuck de luisteraar, of de lezer – ik ga jullie vertellen hoe het zit’?</p>
<p>Van Saarloos: ‘Die arrogantie, dat is waar het postmodernisme op sprong. En ja, ik denk dat wij daar weer naar terugverlangen. Ik wel, in elk geval.’</p>
<p>Van Veelen: ‘Ja! Zeker!’</p>
<p>Bregman: ‘Dat mensen weer durven te zeggen: ik heb ervoor geleerd, en zo zit het gewoon. In plaats van voortdurend de vox populi erbij te slepen.’</p>
<p>Kleinpaste: ‘De journalistiek is ook bang geworden om in die postmoderne val te trappen, en dus schrijven ze: Krol zegt dit, Pechtold dat, Rutte zus, en doe er maar wat mee. Er komt geen kwalificerende weging meer achteraan. Het idee is: iedereen moet eerlijk aan het woord komen. Dat is ook het trauma van het populisme.’</p>
<p>Van Veelen: ‘Inderdaad. Ik schaam me bijna dat ik laatst een stukje schreef over die man van 50Plus – hoe heet-ie ook alweer? – omdat hij in de peilingen 24 zetels had. Maar in de Kamer heeft hij er maar twee. Absurd eigenlijk dat daar zo’n groot debat over is, en ik daar dan aan meedoe. De kortademigheid neemt steeds meer toe. Wat zijn peilingen anders dan likejes onder het kabinet?’</p>
<p><strong>Nostalgie</strong></p>
<p>Terwijl de polenta met eekhoorntjesbrood en de witlof in amandelmelk op tafel worden gezet, wordt het Bregman te gortig: ‘Dit gesprek ademt wel een enorme nostalgie zeg! “We zouden eigenlijk peilingen moeten verbieden, Facebook moeten afschaffen&#8230;” Volgens mij moet je accepteren dat het zo is, en dan proberen er op een intelligente manier mee om te springen.’</p>
<p>Van Veelen, hoofdschuddend: ‘Dat ben ik helemaal niet met je eens. In de jaren vijftig werd er heel kritisch gekeken naar de opkomst van televisie. Onder intellectuelen werd het een symbool voor de verplatting. Het is vreemd dat we dat met internet nog helemaal niet hebben. Het is ook een massamedium, met alle verplatting die tv heeft, maar het wordt nog steeds gezien als het magische nieuwe medium dat de mensheid gaat redden.’</p>
<p>Bregman: ‘Maar je houdt dat niet tegen met iconoclasme. Met zeggen: we hakken het in elkaar. En dat is toch vaak de stiekeme reflex. Neem zo’n Andreas Kinneging, een hooggewaardeerd hoogleraar en conservatief, die werd geconfronteerd met de ongelooflijke platvloersheid van PowNews. Ik vond het een iconisch beeld: je ziet dat hij eigenlijk wil dat het niet bestaat. En het enige wat hij kan doen, is hem bijna op zijn bek rammen. Daar zit een verlangen in om terug te keren naar gisteren. En meestal is dat een geromantiseerd beeld van het verleden.’</p>
<p>Van Veelen: ‘Ik haat nostalgie. Het is toch zwaar treurig om telkens weer in zo’n café te komen waar de inrichting is vervangen door kringloopmeubels uit de jaren zeventig? Ik snap het probleem wel: je weet even niet meer wie je bent en grijpt terug op dingen van vroeger. Waar Thierry Baudet het steeds over heeft: het verlangen naar een thuis. Maar het is natuurlijk de dood voor innovatie. Hij vindt het Eye Museum lelijk, een van de beste staaltjes architectuur ter wereld, en roemt dan de grachtenpandjes, van waaruit we in de achttiende eeuw onze slavernij bestierden. Dat vind ik onvoorstelbaar. Het is toch niet te geloven dat je dat prefereert boven iemand die iets nieuws probeert?’</p>
<p>Kleinpaste: ‘Nou, ik vind dat je elke vooruitgang per definitie met wantrouwen moet benaderen. De mens kan zichzelf niet helpen. Het is een natuurlijke impuls om te streven naar vooruitgang, maar tegelijkertijd weet je ook dat het een gevoel van verlies kan opleveren. Ik waardeer het werk van Thierry Baudet in zekere zin wel, al zit hij op een totaal reactionaire lijn, terwijl er volgens mij juist een behoefte is aan romantiek.’</p>
<p>Gescinska: ‘Ik vind eigenlijk dat geschiedschrijvers het zich vandaag de dag niet meer kunnen permitteren om te romantiseren. We hebben analyse nodig: Wahrheit en geen Dichtung. Het is de rol van intellectuelen om naar de feiten te kijken. Zo kun je het verleden gebruiken.’</p>
<p><strong>Een uiting van machteloosheid</strong></p>
<p>Nostalgie, meent Bregman, is vooral fantasie. ‘Mensen vinden dat het vroeger beter was, maar niemand gaat onderzoeken wát er dan beter was. Een soort geestelijke vergrijzing is dat. Neem Instagram, dat ineens een miljard oplevert. Of The Artist, uitgeroepen tot beste film van 2011. Occupy is ook een mooi voorbeeld. Daar keerde je echt vijftig jaar terug in de tijd. Zelfs de revolutionairen zijn doordrenkt van een nostalgisch ideaal. Ik vind dat pure ideeënarmoede. Er is geen enkel idee meer hoe je een samenleving beter kunt maken, wat vooruitgang is.’</p>
<p>Van Veelen: ‘Occupy, dat waren de sixties-idealen verpakt in een Twitterjasje. Ik ben een paar keer gaan kijken. Geen kwaad woord over die mensen, hoor, want zij deden iets en ik zat achter mijn bureau het, nou ja, ook echt een beetje beter te weten. Het was een soort camping in de stad, precies het thuisgevoel dat mensen zochten. Maar dat is nergens een antwoord op.’</p>
<p>Kleinpaste: ‘Ik heb er ook heel schamper over geschreven. Dan sleepten ze Che Guevara er weer bij en dacht ik: Tjésus, waar gaat dit over? Maar later begon ik te begrijpen dat het vooral een uiting was van een gevoel van machteloosheid. Wie maakt de regels? Wie kan ik aanspreken als ik de regels veranderd wil zien? Hoe kun je de jachtigheid van het bestaan nog beïnvloeden? Dat soort vragen begrijp ik wel. Ik zou niet snel zelf een tentje opzetten, maar mentaal voel ik me wel een Occupy’er.’</p>
<p>Van Saarloos: ‘Mag ik heel even? Ik zat in New York toen Occupy begon en ik vond die marches juist heel inspirerend. Dan kun je wel zeggen: ze hebben geen pasklaar antwoord. Maar het waren wel studenten die veertigduizend dollar betalen om naar school te mogen, en er toch voor kozen om daar te zijn.’</p>
<p>Van Veelen: ‘Tuurlijk. Ze hebben volkomen gelijk, en daar zullen ze later in de geschiedenisboeken voor worden beloond. Maar toch is het vreemd om jezelf te rekenen tot de 99 procent die in verzet moet komen tegen de 1 procent. Die studenten wonen in de meest begeerde stad ter wereld. Die zogenaamde 99 procent is zélf de 1 procent.’</p>
<p><strong>Burn-outs</strong></p>
<p>Nee, tussen de bongo-spelende paradijsvogels zul je dit gezelschap niet snel aantreffen. ‘Ik heb een hekel aan grote massa’s die het systeem omver willen werpen,’ zegt Gescinska. ‘Ook al heb ik óók een hekel aan het systeem. Het neoliberalisme dicteert ons dat we altijd nuttig moeten zijn. Het economisch domein heeft de hele samenleving bereikt. De geschiedenis, de filosofie, gezondheidszorg, popmuziek: alles moet winst maken. Dat maakt ons ongelukkig. We zijn geen instrumenten, we zijn nog altijd mensen. Daarom wegen zingevingsthema’s zwaarder dan ooit tevoren. Daarom zijn er zoveel burn-outs en depressies.’</p>
<p>Van Saarloos: ‘Ik zou wel willen strijden voor het recht op meer spielerei. Jongeren kunnen steeds korter nutteloos zijn. Ik ben 22 en ervaar dat elke dag. Niet dat ik mezelf als slachtoffer beschouw, maar ik ben wel compleet, existentieel doordrenkt van het nuttigheidsdiscours. Ook de vergrijzing wordt beschreven als een groot probleem, terwijl juist de nutteloze fasen van het leven gevierd moeten worden.’</p>
<p>Bregman: ‘Ik heb in mijn stukken gepleit voor een wereld waarin mensen veel minder gaan werken. Waarin je welvaart niet omzet in koopkracht, maar in meer vrije tijd.’</p>
<p>Gescinska: ‘De ondertitel van mijn boek is Van luie mensen, de dingen die voorbij gaan. Ik krijg daar vaak kritiek op: “We leven in zulke drukke tijden, en dan kom jij zeggen dat ik niet meer op vakantie mag.” Maar het is niet gericht tegen ontspanning. Integendeel: ontspanning is creatie. Het gaat er om bewust om te gaan met je tijd. Niet doen alsof het niet uitmaakt.’</p>
<p>Bregman: ‘Volgens mij vallen de problemen van deze tijd, de suïcides, de burn-outs en depressies, eenvoudig samen te vatten als een collectief zingevingsprobleem. En daardoor grijpen mensen terug op religie. En op nostalgie.’</p>
<p>Van Veelen, op plechtige toon: ‘Ik wil graag een Godwin maken.’ (Naar de wet van Godwin, die stelt dat naarmate online discussies langer duren, de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler toeneemt, red.)</p>
<p>Allen: ‘Graag!’</p>
<p>Van Veelen: ‘George Orwell heeft ooit een recensie geschreven van Mein Kampf, waarin hij opmerkte dat Hitler, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de socialisten, begreep dat mensen meer nodig hadden dan alleen een huis, een tuin en een bankrekening. De mens wil ook zingeving, en dat gaf hij ze. Daarom was hij succesvol. Tegenwoordig zie je dat steeds meer mensen alleen wonen, zowel jongeren als ouderen. Ze zijn eenzaam. Daarom snap ik die nostalgische behoefte aan thuiskomen wel. Dan verlang je ineens naar een sanseveria. Of naar de CoffeeCompany, die zo fijn is ingericht als de gemeenschappelijke ruimte van een studentenhuis. Echt, ik snap het, maar ik háát het effect. Want ik wil liever een nieuw Eye Museum dan weer een grachtenpandje.’</p>
<p><strong>Arjen van Veelen</strong> (1980) is classicus en werkt als columnist bij NRC Handelsblad. In 2010 debuteerde hij met Over rusteloosheid (uitgeverij Augustus). In mei verschijnt zijn tweede boek: En hier een plaatje van een kat.</p>
<p><strong>Simone van Saarloos</strong> (1990) studeert literatuurwetenschap en filosofie. Ze schrijft onder meer voor Filosofie Magazine en de Volkskrant. Ondertussen werkt ze aan haar eerste boek.</p>
<p><strong>Rutger Bregman</strong> (1988) is historicus. In 2012 debuteerde hij met het boek Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis bij De Bezige Bij. Op 28 maart verschijnt zijn tweede boek, De geschiedenis van de vooruitgang.</p>
<p><strong>Alicja Gescinska</strong> (1981) is doctor in de wijsbegeerte en woont in Gent. Ze debuteerde in 2011 met De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbij gaan.</p>
<p><strong>Thijs Kleinpaste</strong> (1989) is historicus en zetelt tot april dit jaar namens D66 in de deelraad Amsterdam Centrum. Deze maand debuteert hij met Nederland als vervlogen droom (Bert Bakker).</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/vrij-nederland/fuck-de-lezer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lieve Boze Wereld</title>
		<link>http://timdegier.nl/vrij-nederland/lieve-boze-wereld/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/vrij-nederland/lieve-boze-wereld/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 23 Feb 2013 21:16:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verschenen in Vrij Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[George Saunders]]></category>
		<category><![CDATA[new york times]]></category>
		<category><![CDATA[Tenth of December]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1118</guid>
		<description><![CDATA[George Saunders is grimmig, tantoe grappig en barmhartig. Nu al het beste boek van 2013? Waarom niet?]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>Tot begin dit jaar was de onopvallende literair docent George Saunders vooral een schrijvers-schrijver, populairder bij zijn collega’s dan bij het grote publiek. Tom Wolfe noemde hem ‘het lichtpunt van de Amerikaanse literatuur’, en zelfs Thomas Pynchon noemde hem ‘onmisbaar’.<span id="more-1118"></span></p>
<p><a href="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/02/Tenth.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1118];player=img;"><img class="alignright size-medium wp-image-1122" alt="Tenth" src="http://timdegier.nl/wp-content/uploads/2013/02/Tenth-194x300.jpg" width="194" height="300" /></a>Al jaren verschijnt eens in de paar maanden een verhaal van hem in chique Amerikaanse tijdschriften als <em>McSweeney’s</em> en <em>The New Yorker</em>, altijd geleverd met door Saunders nauwkeurig opgestelde stijlregels (pre-boner schrijf je met streepje tussen beide woorden). Het heeft hem lovende kritieken en een talloze prijzen opgeleverd. De definitieve doorbraak bij het grote publiek lijkt dit jaar te komen, met het boek dat <em>The New York Times</em> nú al heeft bestempeld tot het beste boek van 2013.</p>
<p>De verhalen in deze in januari verschenen bundel, <em>Tenth of December</em>, zijn hartverwarmend, ondanks het grimmige, futuristische universum waarin ze zich afspelen. En ondanks het feit dat Saunders lezen niet gemakkelijk is. Hij bouwt zijn verhalen geleidelijk op. Doorgaans weet je pas na een aantal pagina’s met wie je van doen hebt en wat de situatie is. Bovendien spelen ze in een paralelle wereld, niet helemaal in deze tijd maar toch goed voorstelbaar. Met bijvoorbeeld vreemde drugs, zelfverzonnen woorden en in een van zijn verhalen zelfs mensen die ter decoratie vastgebonden in de tuin zitten.<br />
De dilemma’s lijken steeds voor de hand te liggen, maar in elk verhaal blijkt er ergens halverwege iets heel anders op het spel te staan. In het verhaal ‘Victory Lap’ ziet een jongetje hoe zijn buurmeisje overvallen wordt en twijfelt hij of hij in moet grijpen. Als hij na lang beraad besluit aan te vallen, doet hij het ook goed: met een steen bewerkt hij de overvaller zo grondig dat omstanders door het tafereel acuut een trauma oplopen.</p>
<p><strong>Altijd redding mogelijk</strong></p>
<p>Saunders’ verhalen hebben altijd hetzelfde fundament: de wereld is hard en het dagelijks leven zwaar. Zijn bundels zijn gehuld in een hippe somberheid, als in een Scandinavische thriller. Ze spelen zich af in Amerikaanse middelgrote steden. Een armlastige man probeert zijn dochtertje te verwennen. Een medewerker van een pretpark confronteert zijn baas met de verkrachting van een collega. Het zijn eenvoudig personages die in korte zinnen praten, korte namen hebben (Doug, Kyle, Al) en grote problemen. Maar er is ook altijd redding mogelijk, of verlossing. Saunders schrijft het vederlicht op, nooit vrolijk, maar wel altijd warm en grappig.</p>
<p>In het verhaal ‘Puppy’ gaat een vrouw met haar kinderen op stap om een jong hondje te kopen. De onverzettelijk enthousiaste vrouw vergeeft haar kinderen alles. Haar zoon is een bruut, haar dochter stinkend verwend, maar wat maakt het uit, kijk eens hoe prachtig de zon ondergaat. Moeder is zelf verwaarloosd door haar ouders en zal zorgen dat haar kinderen niet hetzelfde overkomt. Saunders gebruikt de drie als aanleiding voor een heel ander verhaal, over het puppy-verkopende gezin waarvan de zoon mentale problemen heeft van zulke omvang dat de moeder zich genoodzaakt ziet tot een wel heel rigoureuze oplossing. De informatie wordt fragmentarisch  opgediend, van pijnlijk naar begrijpelijk. Uitein delijk blijven er twee moeders over die, soms wat overdreven, door het vuur gaan om hun kinderen een goede toekomst te geven.<br />
<strong></strong></p>
<p><strong>Chemische verliefdheid</strong></p>
<p><em>Tenth of December</em> is anders dan de eerste drie bundels van George Saunders. De nieuwste verhalen werden allemaal geschreven in tijden van crisis en onzekerheid. Daar worden ook de personages mee geconfronteerd. In ‘Tenth of December’, het titelverhaal, maakt een drieënvijftigjarige doodzieke man zich op voor het einde omdat hij bang is een last te worden voor zijn familie. Dan ontmoet hij een pips, dik jongetje met geheel eigen problemen.</p>
<p>In ‘Return to Spiderhead’ wordt gevangene Jeff onderworpen aan een serie experimenten. Eerst wordt bij hem chemische verliefdheid opgewekt voor twee andere gede tineerden. Daarna wordt hem de keuze voorgelegd wie van de twee gemarteld gaat worden. Hoe grimmig alle verhalen ook beginnen, uiteindelijk lijkt Saunders van zijn personages te houden. ‘Goodness is not only possible, it is our natural state,’ zegt Saunders in het nawoord. Dat is een andere toon dan vroeger. Met humor en mededogen laat Saunders zien waar het echt om gaat: goede ouders, goede kinderen, goede mensen in een boze wereld.</p>
<p><em>George Saunders, ‘Tenth of December’, Random House,  272 p., € 24,99. De vertaling van verschijnt dit najaar bij Uitgeverij Podium.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/vrij-nederland/lieve-boze-wereld/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>San Francisco is het Venetië van 2013</title>
		<link>http://timdegier.nl/vrij-nederland/san-francisco-is-het-venetie-van-2013/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/vrij-nederland/san-francisco-is-het-venetie-van-2013/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jan 2013 14:08:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verschenen in Vrij Nederland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1107</guid>
		<description><![CDATA[Technologie-schrijver Robin Sloan maakt een roman over stokoude boeken, geheime codes en lettertypes.]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>Robin Sloan werkte voor Twitter en voor Al Gore. Hij bracht succesvol een paar korte verhalen uit als e-book en hij publiceerde een essay in de vorm van een iPhone-app. Hij noemt zichzelf een ‘media innovator’. Zijn populariteit heeft Sloan te danken aan zijn gave het hoofd koel te houden in de strijd tussen de internetdogmatici en de behoudende media. Die tegenstelling, oude media versus internet, is eigenlijk al achterhaald. Schrijvers als Sloan, maar ook bijvoorbeeld het wonderkind Evgeny Morozov, geloven in vooruitgang zonder daarbij aan te nemen dat techniek alle problemen van de wereld gaat oplossen. Dat is ook de boodschap van Sloans debuutroman, over nota bene een boekwinkel.</p>
<p><em> <a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/9780374214913_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1107];player=img;"><img class="alignleft size-medium wp-image-5228" alt="9780374214913_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/9780374214913_preview-199x300.jpg" width="199" height="300" /></a>Mr. Penumbra’s 24-Hour Bookstore</em> is een bescheiden sensatie op internet. Hoofdpersoon is Clay Jannon, een werkloze internetondernemer met op zijn curriculum voornamelijk het twitteren voor een bagelshop (trivia over ontbijt en soms een kortingscode). Hij kan programmeren, ontwerpen, weet alles van lettertypes en is dol op fantasyboeken. Hij heeft kortom alles in zich om een succesvolle computernerd te zijn. Bovendien woont hij in het internetmekka San Francisco, met de hoofdkwartieren van Google en Apple om de hoek. Desondanks is Jannon werkloos en besluit hij een bijbaantje te nemen als nachtverkoper in de stoffigste der boekwinkels. Mr. Penumbra’s 24-Hour Bookstore is een enorme, donkere boekwinkel met kasten tot aan het plafond. De eigenaar, Ajax Penumbra, is een eigentijdse combinatie tussen Gandalf, de tovenaar uit <em>The Hobbit</em>, en Albus Perkamentus, die uit <em>Harry Potter</em>. Hij spreekt Jannon de hele tijd aan met ‘My Boy’ en ontfermt zich over hem.</p>
<p>De enige bezoekers van de winkel zijn bejaarde lezers op zoek naar boeken die geen ISBN hebben en ook niet via Google te vinden zijn. Maar ze blijken wel in Penumbra’s boekwinkel aanwezig. De boeken zijn gevuld met onbegrijpelijke reeksen cijfers. Jannon heeft geen idee wat er aan de hand is en voelt zich radeloos.<br />
Een programmeur kan in zo’n situatie maar één ding doen: die maakt terstond een datavisualisatie. Door alle mysterieuze boeken en hun locatie in de boekwinkel te visualiseren in een 3D-model ontdekt Jannon een patroon dat een eeuwenoud geheim verbond onthult van lezers, typografen en drukkers dat teruggaat tot het vijftiende-eeuwse Venetië van de beroemde drukker Aldus Manutius.</p>
<blockquote><p>&#8216;Ze lossen een oud mysterie op met Google en Facebook&#8217;</p></blockquote>
<p><strong>Een oude code kraken</strong><br />
Robin Sloans debuutroman past in het schap met andere literatuur over geheime genootschappen en middeleeuwse queestes. In interviews zegt Sloan erg van boeken te houden zolang er draken en dwergen in voorkomen. Ook zijn hoofdpersoon Jannon is voortdurend in de weer met fantasyboeken. Met zijn vrienden vormt hij een klassiek reisgezelschap op zoek naar de schat. Zijn beste vriend Neel Shah, een succesvolle internetondernemer, zorgt voor het geld. Jannons vriendin Kat werkt bij Google en heeft toegang tot alle scanners en bibliotheken die ze nodig hebben. Huisgenoot Mat maakt kunstinstallaties en kan aan alle materialen komen. Samen met Penumbra proberen ze een oude code van Aldus</p>
<div id="attachment_5229" class="wp-caption alignright" style="width: 310px"><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/18136509_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-1107];player=img;"><img class="size-medium wp-image-5229" alt="Robin Sloan noemt zichzelf 'media innovator'. Foto: Librado Romero/Hollandse Hoogte" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/18136509_preview-300x200.jpg" width="300" height="200" /></a><p class="wp-caption-text">Robin Sloan noemt zichzelf &#8216;media innovator&#8217;. Foto: Librado Romero/Hollandse Hoogte</p></div>
<p>Manutius te kraken. Daarin worden ze tegengewerkt door het oude verbond van conservatieve speurders. Jarenlang probeerden de leden ervan decode te kraken met behulp van boeken en nu is daar ineens het groepje snotneuzen dat zomaar de rekenkracht van computers wil gebruiken. De ontknoping blijkt uiteindelijk ook de spetterende apotheose waar geen fantasyboek zonder kan, zoet als een suikertaart.</p>
<p>De charme van het verhaal zit in de keuze van de wapens: Sloan laat zijn hoofdpersonen de mysteries oplossen met behulp van Google books, de populaire programmeertaal Ruby, hackersforums en Facebook-groepen. Het zijn geen futuristische gadgets maar alledaagse technieken. Niet alle techniek bestaat al, maar alles is goed voorstelbaar.</p>
<p>Sloan schrijft als een blogger: losjes, in korte paragrafen, met veel humor en referenties naar moderne technologie. Clay Jannon is een moderne Woody Allen, steeds een beetje hopeloos, maar wel altijd goed op de hoogte. Iemand die tegelijk van de nieuwste computers en de oudste boeken houdt. Clay en zijn vrienden geloven dat internet niet in plaats komt van literatuur, maar een aanvulling erop is. De echte kunst is voor hen het verhaal en niet de bundel papier of de hoeveelheid digitale data. Ze zijn kritisch maar desondanks vooruitstrevend. Voor hen is San Francisco het Venetië van de eenentwintigste eeuw: een plaats vol uitvindingen en kunst.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/vrij-nederland/san-francisco-is-het-venetie-van-2013/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Usain Bolt aan tafel bij De Mart</title>
		<link>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/usain-bolt-aan-tafel-bij-de-mart/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/usain-bolt-aan-tafel-bij-de-mart/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Jan 2013 14:48:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Beste Artikelen 2012]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1101</guid>
		<description><![CDATA[Niemand weet hoe Frank Heinen het doet, maar ergens in het voorjaar is hij begonnen met het schrijven van een dagelijkse sportcolumn voor HP de Site. En hij is niet meer te stoppen. Tornado&#8217;s, het einde der tijden, feestdagen: niets hield hem tegen. Het hoogtepunt was dit jaar toch wel de column over Usain Bolt [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>Niemand weet hoe Frank Heinen het doet, maar ergens in het voorjaar is hij begonnen met het schrijven van een dagelijkse sportcolumn voor <a href="http://hpdetijd.nl">HP de Site</a>. En hij is niet meer te stoppen. Tornado&#8217;s, het einde der tijden, feestdagen: niets hield hem tegen. Het hoogtepunt was dit jaar toch wel de column over <a href="http://www.hpdetijd.nl/2012-08-06/usain-bolt-aan-tafel-bij-mart-smeets/">Usain Bolt die te gast is bij Mart Smeets</a>: &#8216;En daarrrr gaan ze! En wat start Bleek snel en hij denkt dat-ie goed ligt, maar dan komt die rare kerel uit Kingston op stoom. En als die maffe man uit Kingston op stoom komt, nou, berg je dan maar. Dan is het merci en au revoir en senk joe en legt u hem daar maar neer op 9.63. En dan dat gebaar. Lightning has struck again.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/usain-bolt-aan-tafel-bij-de-mart/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kony 2012 en het White Saviour Industrial Complex</title>
		<link>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/kony-2012-en-het-white-saviour-industrial-complex/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/kony-2012-en-het-white-saviour-industrial-complex/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Jan 2013 12:19:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Beste Artikelen 2012]]></category>
		<category><![CDATA[Teju Cole]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1081</guid>
		<description><![CDATA[De Nigeriaans/Amerikaanse schrijver Teju Cole publiceerde begin 2012 het boek Open City. het schijnt fantastisch en vreselijk saai te zijn. Interessanter misschien zijn de artiklen van Teju Cole. In The Atlantic schrijf hij over het White Saviour Industrial Complex, naar aanleiding van het megaviral filmpje Kony 2012 over kindsoldaten. Eerst maakt Cole zich in zeven [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>De Nigeriaans/Amerikaanse schrijver Teju Cole publiceerde begin 2012 het boek <a href="http://www.athenaeum.nl/boek-van-de-nacht/teju-cole-open-city">Open City</a>. het schijnt fantastisch en vreselijk saai te zijn. Interessanter misschien zijn de artiklen van Teju Cole. In The Atlantic schrijf hij over het White Saviour Industrial Complex, naar aanleiding van het <a href="http://invisiblechildren.com/videos/kony-2012/">megaviral filmpje Kony 2012</a> over kindsoldaten. Eerst maakt Cole zich in zeven tweets boos, om er vervolgens een prachtig verhaal over te schrijven. Het idee: de grootste markt ter wereld is het blanke schuldgevoel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/kony-2012-en-het-white-saviour-industrial-complex/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het mysterie van de verdwenen hacker</title>
		<link>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/het-mysterie-van-de-verdwenen-hacker/</link>
		<comments>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/het-mysterie-van-de-verdwenen-hacker/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Jan 2013 10:24:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Gier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Beste Artikelen 2012]]></category>
		<category><![CDATA[Annie Lowrey]]></category>
		<category><![CDATA[Ruby on Rails]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://timdegier.nl/?p=1065</guid>
		<description><![CDATA[De Amerikaanse website Slate laat haar redacteuren elk jaar een groot project doen. Annie Lowrey, de vriendin van de beroemde pundit Ezra Klein, besloot te leren programmeren. Het is namelijk vreemd, volgens Lowrie, dat we zoveel techniek gebruiken maar dat er zo weinig mensen zijn die code erachter kunnen begrijpen. Daardoor controleer je de techniek [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>De Amerikaanse website Slate laat haar redacteuren elk jaar een groot project doen. Annie Lowrey, de vriendin van de beroemde pundit Ezra Klein, besloot te leren programmeren. Het is namelijk vreemd, volgens Lowrie, dat we zoveel techniek gebruiken maar dat er zo weinig mensen zijn die code erachter kunnen begrijpen. Daardoor controleer je de techniek nooit helemaal; het zogenaamde <em>Little Coder’s Predicament</em>. <a href="http://www.slate.com/articles/technology/technology/2012/03/ruby_ruby_on_rails_and__why_the_disappearance_of_one_of_the_world_s_most_beloved_computer_programmers_.single.html">Lowrey besluit de populaire programmeertaal <em>Ruby on Rails</em> te leren</a>. Maar leuker nog: ze hangt het hele verhaal op aan de hacker _why, die het beroemdste en toegankelijkste boek over Ruby schreef en daarna mysterieus verdween. Elke journalist zou een beetje moeten kunnen programmeren. Mijn (minimale) kennis van html, php en css helpt me al enorm. Anders had ik deze pagina nooit kunnen maken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://timdegier.nl/beste-artikelen-2012/het-mysterie-van-de-verdwenen-hacker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
