De Literaire Kurt Cobain

Wanneer is de ironie zo dominant dat er eigenlijk nauwelijks meer iets gezegd wordt? Die vraag hield David Foster Wallace al bezig toen hij begon met schrijven, eind jaren tachtig. Hij spiegelde zichzelf aan schrijvers als Thomas Pynchon en Don DeLillo. Hij las alles van ze en schreef over ze. Het enige probleem voor Wallace was de ironische en cynische toon waarop ze de wereld bespraken. Wallace wilde niet ironisch zijn, zich niet achter muren verschuilen. Een schrijver moet echt spreken.

DFWAfgelopen weken laaide de discussie weer op. In een artikel op de blog van The New York Times klaagt schrijfster Christy Wampole over het ironische leven van haar vrienden. De hoogopgeleide grotestadbewoner hult zich volgens Wampole in nevelen van ironie. Overal ziet ze idiote mode, vrienden die ineens gaan tuinieren en trombone-les nemen, gekke brillen en hoedjes, films en boeken vol verwijzingen en grapjes. Hoe minder alles je kan schelen, hoe beter. De wereld is absurd, dus laten we absurd meedoen. Ironie, schrijft Wampole, is het ethos van deze tijd. Het komt haar erg afstandelijk voor.

Misschien is David Foster Wallace juist daarom nu zo populair. Als antithese van al die ironie. Wallace behoort volgens Wampole tot de zogenaamde New Sincerity-beweging: kunstenaars die oprechtheid en ernst nog wél als bruikbare instrumenten zien. Vier jaar na het overlijden van Wallace liggen zijn boeken in stapels naast de kassa. De Amerikaanse schrijverswereld is hem al vier jaar fanatiek aan het herdenken. Uitgever Hamish Hamilton heeft deze maand zijn laatste essays verzameld in de bundel Both Flesh and Not. En onlangs verscheen de biografie Every Love Story is a Ghost Story door The New Yorker-redacteur D.T. Max.

Wonderkind
Volgens beste vriend Jonathan Franzen zal er nog jaren gespeculeerd worden over het leven van Wallace. Over waarom hij zelfmoord pleegde en waarom hij zo depressief door het leven moest. De simpele versie van het verhaal is deze: David Foster Wallace, opgegroeid in Illinois, was een begenadigd student en tennisser, wijsneus en klassieke nerd. Al aan het einde van de middelbare school bleek hij medicijnen nodig te hebben om zware depressies te onderdrukken. Soms verdween hij maanden uit het zicht. Desondanks groeide hij uit tot het literaire wonderkind van de jaren negentig. Zijn absolute meesterwerk bleek Infinite Jest, volgens collega-schrijver Chad Harbach ‘a dense star for lesser work to orbit’. Hij maakte de weg vrij voor schrijvers als Dave Eggers, Zadie Smith en Jonathan Franzen. Als schrijver was hij getalenteerd, bevlogen en hip. Onfortuinlijk was zijn zelfgekozen einde. Zijn medicijnen werkten niet meer.

Maar David Foster Wallace was niet de man van het eenvoudige verhaal. Hij fulmineerde hartstochtelijk tegen de media die complexe verhalen terugbrachten tot eenvoudige anekdotiek. Alle onderdelen van het leven waren in zijn ogen een studie waard. Volgens zijn zus Amy dacht Wallace altijd langer door. Uiteindelijk zag hij dan altijd de humor. En de droefenis. Het leven was voor Wallace nooit eenvoudig te verteren.

Welk water?
In 2005 doet Wallace zelf een voorzetje voor zijn biografie. Hij houdt een commencement speech, een voordracht voor de studenten van Kenyon College die net klaar zijn met studeren en geacht worden aan het echte leven te beginnen. Een kalme Wallace vertelt over twee jonge vissen die door de oceaan zwemmen en een oudere vis tegenkomen. De oudere vis groet ze en vraagt: hoe is het water? De jonge vissen zwemmen verder en na een tijdje kijkt de een de ander aan. Welk water?

Vergeet niet wat het water is, zegt Wallace. Het is het belangrijkste onderdeel van het dagelijks leven. De echte waarde van persoonlijke ontwikkeling is niet het opdoen van kennis, maar te kunnen zien wat echt is en essentieel, wat verborgen is terwijl het toch voor ons neus ligt. Dat is het water. Terwijl je opgroeit met je zogenaamde natuurlijke instincten – honger hebben, naar de wc moeten, geld willen, je hart volgen, macht nastreven – moet je leren zien wat echt belangrijk is. En dat is water voor de vis, compassie en empathie voor David Foster Wallace. ‘Learning how to think really means learning how to exercise some control over how and what you think.’

Wallace vraagt van zichzelf om voortdurend het water te zien.

In de verslavende biografie Every Love Story is a Ghost Story schrijft D.T. Max over een briljant jongetje, een beetje vreemd maar altijd een streber. Max komt superlatieven tekort om te beschrijven hoe briljant Wallace was als student. Zijn ambities maakten van hem een lastig geval. Bij tijd en wijle was hij een pestkop, hard voor met name zijn moeder en zijn vriendinnetjes en een zenuwslopende wijsneus. Volgens Max was de opgroeiende Wallace een klassiek freudiaans gevalletje: hij wilde net zo slim zijn als zijn vader James, die uit een familie van filosofen en onderwijzers kwam.

In zijn bewijsdrang, zowel op de tennisbaan als in de schoolbanken, sjouwde Wallace al vroeg rond met allerhande filosofen en schrijvers. Vooral Wittgenstein en de postmodernist Thomas Pynchon droeg hij mee, als vormden zij zijn intellectuele handboeken. Geen van zijn klasgenoten kon ontsnappen aan zijn verhandelingen. Op de universiteit liet hij alle remmen los. Wallace las en schreef en ontwikkelde zich snel tot het paradepaardje van Amherst College. Max ziet hem als het getroebleerde genie dat leefde voor zijn werk, onbegrepen en briljant. Zo voelde Wallace het zelf in elk geval.

Bret Easton Ellis
Zijn debuut beschrijft Wallace achteraf, in brieven aan collega’s, als een ‘Big Shit’. De jarenlang opgebouwde kennis kwam er explosief uit in zijn eerste roman The Broom of the System. Biograaf D.T. Max beschrijft hoe Wallace The Broom publiceert in 1987, toen Bret Easton Ellis en Jay McInerney de grote Amerikaanse schrijftalenten waren. Hun minimalistische literatuur was de standaard op schrijfscholen, maximalist Wallace moest er weinig van hebben. The Broom zit zowel wat stijl als inhoud betreft vol met gedachten en experimenten. Het verhaal bulkt van alles: verhaallijnen, personages, zinnen van meerdere regels en ellenlange voetnoten. Max’ beschrijving van de roman leidde bij het verschijnen van de biografie tot een spervuur aan boze tweets van Bret Easton Ellis, die niet blij is om de geschiedenis in te gaan als de oppervlakkige antithese van David Foster Wallace. Terwijl Wallace zelf juist een stuk milder over Ellis was geworden, zoals Max óók schrijft.

Zijn tweede roman Infinite Jest, het vuistdikke werk over verslaving en popcultuur, was de grote doorbraak. In de roman staat een video centraal die zo verslavend is dat je niet meer kan ophouden met kijken. Maximaler dan maximaal; de roman is plotgewijs een doolhof, door het jargon schier onmogelijk te volgen voor iedereen buiten de Verenigde Staten, maar zo vol met alles dat de fans er nog jaren over kunnen doorpraten. Voor Wallace zelf was het een gevoelige aangelegenheid. Zijn leven lang raakte hij aan alles verslaafd wat een ontsnapping kon vormen aan het dagelijks leven. Voor drugs en drank belandde hij uiteindelijk in de verslavingszorg, om vervolgens verslaafd te raken aan afkickgroepen. Infinite Jest zette Wallace tot zowel zijn vreugde als zijn zorg op een voetstuk in de literaire scene. De toch al nerveuse Wallace wist nauwelijks wat hij aan moest met de ‘roars en hisses’ van een verlangend publiek.

De publiciteit bracht Wallace plezierige zaken als geld en vrouwelijke aandacht, maar vergrootte de eisen die hij aan zichzelf stelde. Altijd bleef hij bezig met zijn missie. Een vermakelijk verhaal was niet genoeg. Hij wilde opschrijven wat er écht toe deed, durven benoemen wat écht belangrijk was. Zijn ‘Dit is water’-speech is zijn literaire pamflet.

Hoofd en hart
De wereld zal je niet aanmoedigen om verder te kijken dan je neus lang is. Het leven is ingericht op het opdienen van makkelijk verteerbare koekjes. De media bedienen de natuurlijke neigingen van het publiek: comfort voorop. Vooral televisie is een gevaar voor Wallace. Hij kon naar eigen zeggen soms wel acht of negen uur onderuitgezakt op de bank blijven zitten, kijkend naar soaps en tekenfilms. Niet drugs of alcohol maar de televisie noemde hij zelf zijn enige verslaving. Het is vermaak zonder obstakels zodat je zo lang mogelijk blijft hangen. Zelf wierp hij daarom voortdurend barrières op: ontoegankelijke verhalen, een plot zonder kop of staart, essayistische romans. Hij vroeg niet alleen veel van zichzelf, maar ook van zijn lezers. Theorie en literatuur moesten samenvallen, filosofie en verhaal versmelten. Het hoofd moest net zo verleid worden als het hart, ‘make the head throb heartlike’. Niet voor niets was de ondertitel van Infinite Jest oorspronkelijk A Failed Entertainment.

David Foster Wallace. Foto: Marion Ettlinger/CORBIS/HH.

David Foster Wallace. Foto: Marion Ettlinger/CORBIS/HH.

Het schrijven van een roman was voor Wallace een regelrechte lijdensweg, een uitputtingsslag. The Broom of the System verscheen in 1987, Infinite Jest in 1996 en The Pale King pas begin vorig jaar. Tussen de bedrijven door gaf Wallace les in literatuur en filosofie en vormden zijn essays en korte verhalen de voornaamste afleiding. De non-fictiekant van Wallace was, vond hij zelf, een beetje dommer en schmuckier dan hij werkelijk was. In zijn reportages en essays wierp hij alle schroom van zich af. Both Flesh and Not is de verzameling artikelen en verhalen die Wallace in de laatste fase van zijn leven schreef, op weg naar het voltooien van zijn laatste roman.

De verlammende eisen die Wallace stelde aan zijn fictie, ontbreken bij zijn non-fictie, zonder dat dat ten koste gaat van de verhalen. Zet Wallace op een tennisbaan en hij vindt de schoonheid van het menselijk lichaam. Stuur hem naar de grootste kreeftenbeurs ter wereld en hij ziet de gewetensproblemen van de consumptiemaatschappij. Hij schaamde zich diep voor de lange productie van zijn romans, maar hij leek niet door te hebben dat hij ondertussen zijn beste verhalen schreef.

Het verhaal over Roger Federer behoort tot het beste wat Wallace heeft geschreven. In 2005 reisde hij voor The New York Times naar Wimbledon. Op dat moment was eigenlijk alles al geschreven over sterspeler Roger Federer. Maar voor tennisliefhebber Wallace is Roger Federer meer dan een talentvolle tennisser. Hij ziet in de wedstrijd tegen Andre Agassi een totale samensmelting van talent en controle over de geest. In twee alinea’s geeft hij zo’n weergaloze beschrijving van een passeerslag van Federer dat YouTube inmiddels volstaat met filmpjes van het bewuste moment. Wallace vindt het onmenselijk mooi. Het is een bijna religieus moment. Het is zoals Muhammad Ali die over het canvas zweeft, schrijft Wallace, zoals Michael Jordan die in de lucht de zwaartekracht overwint en een meter langer doorzweeft. Ze zijn gemaakt van vlees en iets anders. Licht? ‘Roger Federer as a Religious Experience’ is inmiddels een van de beroemdste artikelen uit de Amerikaanse sportjournalistiek.

Grunge
Eind jaren tachtig was David Foster Wallace klaar met studeren en brak hij door als schrijver, ongeveer tegelijk met de doorbraak van bands als Nirvana en Guns N’ Roses. Het heeft hem het etiket van grungeschrijver opgeleverd. Met zijn lange haar, eeuwige bandana en kleine brilletje leek Wallace het sukkelige broertje van Kurt Cobain. En Wallace was typisch voor het tijdperk: depressief en kritisch, ernstig, gefascineerd door de media en popcultuur. Here we are, now entertain us.

De grunge-Wallace past ook perfect in 2012. Zijn boeken liggen in elke boekwinkel, vaak op de toonbank bij de aanraders. Er worden collegereeksen en boekenclubs georganiseerd over zijn werk. Als hij toch eens geweten zou hebben dat ironie in de popcultuur een nog grotere vlucht zou maken dan in de jaren dat hij er al fier tegen streed. Alle films, literatuur en muziek bieden nu een scala aan referenties en zelfspot. Het maakt Wallace alleen maar populairder, de schrijver die wél wilde spreken, met schrijvers als Zadie Smith, Jonathan Franzen en Dave Eggers in zijn voetsporen.

In 2008 probeerde hij een tijdje te leven zonder medicijnen. Dat deed hij voor zijn vriendin Karen en om voor zichzelf te kijken of hij het kon. Maar de depressies keerden direct weer terug toen de medicijnen uit zijn bloed verdwenen. Het duurde te lang voordat ze weer begonnen te werken. De mooiste en treurigste passage uit de biografie van D.T. Max beschrijft hoe Wallace zichzelf ophangt in zijn garage, met het manuscript van zijn laatste roman The Pale King in stapels om hem heen. Hij wilde zijn als Roger Federer: een perfecte samensmelting van aangeboren talent, technische capaciteiten en een volledige controle van de menselijke geest. Hij wilde zijn depressies kunnen beheersen, schrijven op zijn manier, presteren wanneer hij dat wilde. Hij wilde écht spreken.

---

Tags:
, , , , , ,

Gepubliceerd op: 23 December 2012


© 2012 Tim de Gier • Gedreven door WordPressContact • Hosting door OxilionTypekit colofon • Etc